Bij een AVG-verzoek moet de feitelijke behandeling aansluiten op het uiteindelijke besluit. In een zaak bij gemeente Apeldoorn lijken die twee met elkaar in strijd te zijn.
Status: bezwaar ingediendVerzoek: 11/05/2026
Besluit: 07/07/2026
Einde bezwaartermijn: 18/08/2026
Bezwaar ingediend: 05/08/2026
Deadline beslissing op bezwaar: 11/11/2026
bezwaar maken
Een besluit van gemeente Apeldoorn over een inzageverzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) roept een opmerkelijke vraag op: hoe kan een verzoek inhoudelijk worden behandeld, terwijl later wordt gesteld dat die behandeling vanwege onvoldoende identificatie helemaal niet mogelijk was?
Die tegenstrijdigheid vormt de kern van het bezwaar dat op 5 augustus 2026 door Ebenezer Advies tegen het besluit is ingediend. Ook de vermeende tekortschietende identificatie maakt deel uit van het bezwaar.
De feiten
Tijdens de behandeling van het inzageverzoek nam de behandelaar telefonisch contact op om inhoudelijke vragen over het verzoek te stellen.
Daarnaast ontving de gemachtigde een e-mail waarin de behandelaar aangaf de zaak te willen afronden. Daarbij werd vermeld dat de gevraagde documenten beveiligd konden worden verzonden zodra de betrokkene zich had gelegitimeerd.
Die correspondentie wekt de indruk dat de inhoudelijke beoordeling van het verzoek al had plaatsgevonden en dat uitsluitend de wijze van verstrekking nog afhankelijk was van de identificatie.
Het besluit
In het uiteindelijke besluit kiest de gemeente Apeldoorn echter een andere lijn.
Volgens het besluit kon het inzageverzoek niet inhoudelijk worden behandeld, omdat de identiteit van de betrokkene onvoldoende zou zijn vastgesteld.
Dat standpunt lijkt moeilijk te rijmen met de eerdere behandeling van het verzoek. Wanneer een zaak inhoudelijk is beoordeeld en de documenten gereed zijn voor verzending, ligt het niet voor de hand om vervolgens te stellen dat inhoudelijke behandeling onmogelijk was.
De AVG
Artikel 12, zesde lid, AVG biedt de mogelijkheid om aanvullende identificatie te verlangen wanneer redelijke twijfels bestaan over de identiteit van de betrokkene.
Die bevoegdheid is echter niet onbeperkt. Van een bestuursorgaan mag worden verwacht dat duidelijk wordt gemotiveerd welke concrete omstandigheden aanleiding geven voor die twijfels.
In dit geval ontbreekt een dergelijke motivering. Het verzoek is bovendien via DigiD ingediend en voorzien van een schriftelijke machtiging van de betrokkene.
Faciliteren
De AVG kent niet alleen bevoegdheden voor bestuursorganen, maar ook verplichtingen.
Artikel 12, tweede lid, AVG bepaalt dat de verwerkingsverantwoordelijke de uitoefening van de rechten van betrokkenen moet faciliteren. Het vragen om aanvullende identificatie moet daarom noodzakelijk en goed gemotiveerd zijn. Zonder een concrete onderbouwing kan een dergelijke eis de uitoefening van het inzagerecht onnodig bemoeilijken.
Conclusie
De kern van deze zaak is niet dat de gemeente Apeldoorn om identificatie heeft gevraagd. Het gaat om de vraag wanneer en waarom dat is gebeurd.
Als uit het dossier blijkt dat een inzageverzoek inhoudelijk is behandeld en de gevraagde documenten gereed zijn voor verzending, is moeilijk vol te houden dat dezelfde identificatie een belemmering vormde om het verzoek überhaupt inhoudelijk te behandelen.
Juist daarom verdient deze zaak aandacht. Een besluit moet niet alleen juridisch juist zijn, maar ook aansluiten bij de feitelijke gang van zaken. Wanneer beide uiteenlopen, komt de zorgvuldigheid van de besluitvorming onder druk te staan.