Wanneer een gemeente een direct beroep “niet tijdig beslissen” laat aankomen, scheelt dat de bezwarenprocedure én — indien van toepassing — het instellen van een bezwarencommissie.
21 november 2025 – Ray Heijder, jurist bij Ebenezer Advies
Verloren bevoegdheid
Heeft de belanghebbende beroep ingesteld wegens niet-tijdig beslissen en neemt de gemeente alsnog een besluit? Dan geldt:
- Het besluit valt automatisch onder het lopende beroep.
- Een nieuw bezwaar is niet nodig.
- Er dan mag dus geen bezwaarprocedure meer worden gevoerd.
De gemeente verliest daarmee de bevoegdheid om in een bezwaarfase te handelen.
Er is echter wel een nuance:
De rechter kan in de uitspraak zetten:
Als tegen het alsnog genomen besluit bezwaar open staat bij het bestuursorgaan vindt de rechtbank het in het algemeen wenselijk dat eerst in de bezwaarprocedure een bestuurlijke heroverweging plaatsvindt. In een dergelijk geval kan de rechtbank het beroep doorverwijzen naar het bestuursorgaan voor behandeling als bezwaar.
Wat dit betekent voor jou?
- Als de rechtbank doorverwijst, kun je alsnog afzien van bezwaar en de rechter verzoeken om in de plaats van de gemeente te treden.
- Zo laat je de rechtbank het besluit beoordelen zonder dat je formeel bezwaar moet maken.
- Belangrijk: dit moet vóór het einde van de bezwaartermijn met de rechtbank worden afgestemd.
- Doe je dit niet tijdig, dan moet je alsnog in bezwaar gaan om je rechten veilig te stellen.
Geen bezwarencommissie
Een bezwaarprocedure is een voorprocedure. Zodra een direct beroep loopt:
- is er al een gerechtelijke procedure;
- kan de gemeente geen bezwaar meer behandelen;
- kan de gemeente dus ook geen bezwarencommissie inschakelen.
Een eventuele commissie heeft geen taak en een advies is procesrechtelijk irrelevant. De rechtbank behandelt het besluit direct als beroepsbesluit. De gemeente kan alleen nog inhoudelijk verweer voeren bij de rechtbank.
Slimme gemeentelijke actie?
Laat de gemeente het op een direct beroep “aan komen”: dat is niet verstandig. Het veroorzaakt namelijk onnodig:
- druk op de proceseconomie en de rechtbank;
- extra belasting van de ambtelijke organisatie;
- griffiekosten;
- frustratie en verlies van vertrouwen bij de belanghebbende;
- het afsnijden van een goedkopere adviesroute via de bezwarencommissie, waardoor alleen de duurdere weg naar externe advocatuur overblijft.