De rechtsstaat sterft in stilte

Home > Blog

Er is iets aan het verschuiven in de bestuurspraktijk. Niet door een nieuwe wet, niet door een Kamerdebat, maar in de dagelijkse omgang tussen overheid en burger. Zware kwalificaties als “agressie” en “misbruik van recht” lijken steeds vaker een effectief middel om lastige burgers op afstand te houden. Wie goed kijkt, ziet hoe subtiel deze verandering is. En hoe ingrijpend de gevolgen kunnen zijn.

1 december 2025 – Ray Heijder, jurist bij Ebenezer Advies

Agressie: een instrument dat langzaam vervormt

De GIR-registratie is ooit ontworpen om gemeenteambtenaren te beschermen. Maar bescherming mag geen vrijbrief zijn voor gemakzuchtig labelen. In mijn werk zie ik het begrip agressie langzaamaan veranderen van een duidelijke categorie naar een rekbaar oordeel.

In een zaak in gemeente X, waar ik een burger begeleid, wordt zo’n registratie betwist. Wat mij daar vooral opvalt: eenmaal gelabeld, wordt een burger onmiddellijk anders behandeld. De communicatie wordt kort, vermijdend, soms zelfs afwerend. Een registratie die bedoeld is als bescherming, kan in de praktijk uitgroeien tot een stempel waarvan je nauwelijks meer afkomt.

Het punt is niet dat agressie niet bestaat, maar dat het begrip te makkelijk wordt opgerekt. En zodra dat gebeurt, ligt de weg open naar misbruik van het instrument.

Misbruik van recht

Wanneer wordt opkomen voor je rechten ongewenst?

Ook het tweede zware begrip – misbruik van recht – schuift langzaam van juridische noodrem naar bestuurlijke drempel. Het valt me op hoe snel sommige bestuursorganen overgaan tot deze kwalificatie wanneer burgers vasthoudend zijn, of simpelweg gebruikmaken van hun wettelijke mogelijkheden.

Er lijkt een nieuwe redenering te ontstaan: “Als het ons te veel werk kost, dan zal het wel misbruik zijn.”

Dat is een gevaarlijk uitgangspunt. Want de overheid hoort niet te bepalen hoeveel inspanning een burger “mag” kosten. De rechtsstaat is geen spaarstand.

Bestuurlijke efficiëntie mag nooit een excuus worden om de toegang tot recht te versmallen.

Bestuurlijk goud

De combinatie van beide labels is bestuurlijk goud – en voor de burger een slot op de deur. Wat ik steeds vaker zie, is dat “agressie” en “misbruik van recht” tegelijk worden gebruikt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in situaties waar Woo-verzoeken terzijde worden gelegd met verwijzing naar beide kwalificaties.

Laat ik het scherp formuleren: als de overheid deze twee labels combineert, is de burger vrijwel kansloos.

Een overheid die een burger tegelijk neerzet als agressief én oneigenlijk handelend, creëert een beeld dat elke verdere communicatie kleurt. Het proces wordt dan niet meer gevoerd over feiten of argumenten, maar over het frame.

En wie eenmaal in een frame zit, moet eerst zichzelf verdedigen voordat er überhaupt naar zijn verzoek gekeken wordt.

Erosie van de rechtsstaat begint niet met een wetswijziging

Erosie begint in de praktijk: in interpretaties, in registraties, in beleid dat nét iets ruimer wordt uitgelegd dan voorheen. In vinkjes die niet worden gezet of juist wel.

Dat is precies waarom dit onderwerp veel breder is dan een handvol gemeenten of individuele casussen. Het gaat om de vraag hoe wij als samenleving willen dat de overheid met haar macht omgaat.

Een overheid die zware kwalificaties te snel inzet, maakt zichzelf minder toetsbaar. En een overheid die minder toetsbaar wordt, verliest aan legitimiteit – en uiteindelijk aan vertrouwen.

Tijd voor herijking

Het is hoog tijd om deze ontwikkeling onder de loep te nemen:

  • Wanneer is gedrag écht agressie?
  • Wanneer is volhardend gebruik van de wet werkelijk misbruik?
  • En: wie bewaakt die grenzen?

Zonder duidelijke antwoorden neemt de rekbaarheid alleen maar verder toe. En hoe verder die rekbaarheid gaat, hoe groter het risico dat de rechtsbescherming van de burger wordt uitgehold zonder dat iemand het doorheeft.

De rechtsstaat sterft niet aan luid kabaal, maar aan stille verschuivingen.