De term “aanvraag dwangsom” is misleidend

Home > Blog

Bij enkele gemeenten kun je een zogenoemde “aanvraag dwangsom” indienen. Sommige gemeenten hebben deze term zelfs opgenomen in hun lokale wet- en regelgeving, bijvoorbeeld in het aanwijzingsbesluit elektronische kanalen publieke dienstverlening. Dat is problematisch, want de term is juridisch onjuist en misleidend. Voor een dwangsom wegens niet tijdig beslissen is namelijk geen aanvraag nodig. Het recht op de dwangsom volgt automatisch uit de wet. Overigens komt deze misleiding niet vaak voor. Vaker zijn gemeenten mild misleidend over de dwangsom.

15 december 2025 – Ray Heijder, jurist bij Ebenezer Advies

Bekijk ook welke gemeenten we tot nu toe een ongevraagd (niet-bindend) advies hebben gestuurd.

Geen aanvraag vereist

Wanneer de wettelijke beslistermijn op een aanvraag of bezwaar is verstreken en je het bestuursorgaan correct in gebreke hebt gesteld, begint de dwangsom van rechtswege te lopen als er na 14 dagen nog steeds geen besluit is genomen. De gemeente verbeurt dan automatisch een dwangsom aan jou.

De burger hoeft daarvoor niets extra’s te doen. Er bestaat geen aparte “aanvraag dwangsom”.

Nuancering bij de Woo
Een belangrijke uitzondering geldt bij aanvragen op grond van de Wet open overheid (Woo).
Daar ontstaat geen automatische dwangsom bij niet tijdig beslissen. Een dwangsom kan daar pas ontstaan wanneer de bestuursrechter, in een procedure over het niet tijdig beslissen, een dwangsom oplegt.
Wordt echter te laat beslist op een bezwaar tegen een Woo-besluit, dan geldt wél weer de reguliere regeling en kan een dwangsom van rechtswege ontstaan.

Geen beslissingsruimte voor de gemeente

Door te spreken over een “aanvraag” wordt de indruk gewekt dat de gemeente:

  • een besluit kan nemen óf zij de dwangsom toekent, of
  • beoordelingsvrijheid heeft bij de vraag of de dwangsom verschuldigd is.

Dat is onjuist. Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, moet de dwangsom worden betaald. De enige manier waarop de gemeente verdere oplopende dwangsommen kan voorkomen, is door alsnog een besluit te nemen op de oorspronkelijke aanvraag of het bezwaar.

Initiatief ligt bij het bestuursorgaan

De term “aanvraag dwangsom” suggereert bovendien ten onrechte dat het initiatief bij de burger ligt. Dat is niet zo.

Na een geldige ingebrekestelling ligt het initiatief bij de gemeente. Zij is verplicht om:

  • de dwangsom ambtshalve te berekenen,
  • deze vast te stellen in een besluit,
  • en tot uitbetaling over te gaan.

Tegen het te nemen vaststellingsbesluit kan de burger bezwaar maken, bijvoorbeeld als de hoogte van de dwangsom niet correct is vastgesteld.

Gevaar van framing

De term “aanvraag dwangsom” is niet alleen juridisch onjuist, maar ook framinggevoelig. Zij kan de suggestie wekken dat de burger uit is op het verkrijgen van een geldbedrag, terwijl de dwangsom in werkelijkheid een prikkelmiddel is en geen doel op zich.

Het doel van een ingebrekestelling is niet het innen van een dwangsom, maar het afdwingen van een tijdig besluit. De dwangsom is daarbij een wettelijk instrument om bestuursorganen te bewegen hun beslistermijnen na te leven.

Door het gebruik van de misleidende term kan het beeld ontstaan dat de burger strategisch of calculerend handelt, terwijl hij in feite slechts gebruikmaakt van een door de wetgever bewust gekozen rechtsbeschermingsmechanisme. Framing kan de verhouding tussen burger en overheid onnodig belasten.

Wat is wél de juiste terminologie?

De juiste en wettelijk verankerde term is: ingebrekestelling.

Elke gemeente zou daarvoor een duidelijk (digitaal) formulier moeten aanbieden, bij voorkeur met een controle die voorkomt dat iemand te vroeg in gebreke stelt. Een gemeente die dat goed heeft geregeld, versterkt daadwerkelijk de rechtsbescherming van burgers.