Institutioneel gaslighten

Home > Blog

TIP: Anderen lezen na dit artikel ook: “Strategieën tegen institutioneel gaslighten

Gaslighting is een vorm van psychologische manipulatie waarbij iemand probeert om jou aan je eigen waarneming, herinneringen of verstand te laten twijfelen. De dader verdraait de werkelijkheid of ontkent feiten, zodat jij je onzeker voelt en uiteindelijk zijn of haar versie van de werkelijkheid gaat geloven. Wanneer een gaslighter op jou pad komt, is dat al erg genoeg. Nog vele malen erger: als jouw gemeente de dader is, ofwel jij slachtoffer bent van institutioneel gaslighten.

7 november 2025 – Ray Heijder, jurist bij Ebenezer Advies

Gaslighten XL

Gaslighting kan ook op institutioneel niveau voorkomen, zoals bij gemeenten of andere bureaucratische instanties. Hier gaat het dan vaak om het ontkennen, bagatelliseren of verdraaien van feiten, waardoor burgers hun eigen waarneming of gevoelens gaan betwijfelen. Ik ben het eigenlijk al teveel bij gemeenten tegengekomen. Dat maakt wel dat ik jou kan helpen om het te herkennen. Vervolgens kun je jezelf er tegen wapenen (daarover schrijf ik later een afzonderlijke blog).

Ik neem je zo mee naar gemeente X, mijn favoriete schier onuitputtelijke bron van voor het illustreren van stelselmatig onbehoorlijk bestuur. Je zal zien dat er van alle genoemde kenmerken van gaslighten bij die gemeente een praktijkvoorbeeld te geven is. Het slachtoffer is ook nog eens in alle gevallen dezelfde persoon, die dus heel wat te lijden heeft (gehad).

Kenmerken

Laat ik je eerst bekende kenmerken van gaslighten laten zien.

  • Je doen twijfelen aan de realiteit
    → kern van gaslighting
  • Doen geloven dat een probleem geen probleem is
    → bagatellisering
  • Dader die zich als slachtoffer voordoet
  • → omkering van de rollen
  • Liegen, zelfs wanneer er bewijs is
    → ontkenning en misleiding
  • Eigen gedrag op jou projecteren
    → projectie, een veelgebruikte tactiek
  • Je vertellen dat je dingen verzint
    → ontkenning van jouw beleving

Je doen twijfelen aan de realiteit

Bij gemeente X kwam ik deze klassieke vorm van institutioneel gaslighting tegen. Subtiel maar effectief. De gemeente gebruikt autoriteit en interne bevestiging om jou aan je eigen oordeel te laten twijfelen.

Uit onderzoek is gebleken dat onze medewerker correct heeft gehandeld. Wij hebben geen reden om te twijfelen aan onze functionarissen die namens het college handelen.

Waarom dit gaslighting is:

Eigen feiten boven die van jou plaatsen

  • Gemeente X zegt dat uit onderzoek blijkt dat de medewerker correct handelde zonder jouw waarneming of bewijs serieus te nemen.
  • Beoogd effect: jij gaat twijfelen aan je eigen ervaring of oordeel.

Autoriteit gebruiken

  • Gemeente X benadrukt dat het om een betrouwbare functionaris handelend namens het college betreft.
  • Beoogd effect: jouw perspectief wordt automatisch minder waardevol gemaakt, omdat de autoriteit van het instituut dominant wordt gepresenteerd.

Impliciete ontkenning van jouw waarneming

  • Er wordt niet gezegd dat gemeente X jouw kant serieus onderzoekt, alleen dat zij haar eigen mensen vertrouwt.
  • Beoogd effect: het voelt alsof jouw waarneming niet telt.

Neemt verantwoordelijkheid weg bij de gemeente

  • Door te stellen dat de medewerker correct heeft gehandeld, schuift gemeente impliciet de schuld of verantwoordelijkheid van haar af.
  • Beoogd effect: jij krijgt het gevoel dat je misschien “iets verkeerds ziet” of overdrijft.

Doen geloven dat een probleem geen probleem is

Gemeente X is hier heel bedreven in, maar soms betaalt ze liever een flink bedrag aan externe advocaten om het gaslighten uit te besteden.

Laten we het probleem niet groter maken dan het is.

Er is een feitelijk geschil: gemeente X (en een externe advocaat) hebben iets beweerd dat volgens de inwoner niet waar is — namelijk dat iets op diens nadrukkelijk verzoek zou zijn gedaan. De inwoner betwist dit duidelijk. In plaats van dat de gemeente ingaat op de inhoud van die betwisting of onderzoekt of er een fout is gemaakt, reageert ze met bovengenoemde vorm van gaslighting.

Waarom dit gaslighting is:

  • Gemeente X en de externe advocaat ontkennen of bagatelliseren de ervaren onrechtmatigheid (het is geen groot probleem),
  • Ze leggen impliciet de schuld of overgevoeligheid bij de inwoner (u maakt er een groter probleem van dan het is),
  • Ze vermijden verantwoordelijkheid door niet in te gaan op de inhoudelijke klacht (de leugen of fout).

Beoogd effect: het minimaliseren en verschuiven van de focus om jou van je stuk te brengen.

Dader die zich als slachtoffer voordoet

Een senior jurist van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente X, al jarenlang werkzaam binnen de organisatie, heeft volgens beschikbare informatie onzorgvuldig en mogelijk misleidend gehandeld. Uit de gang van zaken blijkt dat de jurist zich in een incidentenmelding heeft gepresenteerd als slachtoffer, terwijl de betrokken inwoner juist degene was die schade ondervond van zijn handelen.

De jurist maakte daarbij gebruik van het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR). Bij de registratie werd het geldende protocol niet gevolgd, waardoor de inwoner ten onrechte als dader werd aangemerkt. Ook bleven de verplichte vervolgacties achterwege.

Als gevolg van deze handelwijze ontstond een onjuist beeld van de feiten. Dit leidde ertoe dat de burgemeester en de gemeentesecretaris de inwoner schriftelijk beschuldigden van ‘smadelijke belediging van een medewerker in de uitvoering van zijn functie’ en van het ‘in diskrediet brengen van de gemeente bij de rechtbank’. In dezelfde correspondentie werd bovendien gesproken over mogelijke aangifte bij de politie.

Later zou de betreffende jurist, die de melding oorspronkelijk had gedaan, opdracht hebben gegeven om gegevens uit het GIR te verwijderen, in strijd met de regels voor gegevensbeheer en transparantie.

Waarom dit gaslighten is:

Deze beschrijving past inhoudelijk bij gaslighten, en in bredere zin bij institutioneel misbruik van macht. Specifiek:

  • Er is een bewuste verdraaiing van feiten,
  • Een machtspositie wordt gebruikt om een burger als dader neer te zetten,
  • En er wordt bewijs gemanipuleerd of verwijderd om het slachtoffer het zwijgen op te leggen of ongeloofwaardig te maken.

Dat gaat verder dan gewone miscommunicatie of bureaucratische fouten.
Het is systematisch, intentioneel en structureel, precies wat men beoogd met institutioneel gaslighten.

Liegen, zelfs wanneer er bewijs is

Een gemeente zal zelden of nooit het woord “liegen” gebruiken. Dat past niet binnen het beeld dat zij van haar eigen waardigheid en fatsoen hanteert. Wanneer een burger die term wél gebruikt, bijvoorbeeld in een juridische context, zal de gemeente dat doorgaans afdoen als onbetamelijk taalgebruik: “zo spreken we niet met elkaar.” In plaats daarvan kiest men voor eufemismen, zoals: “deze weergave staat op gespannen voet met de feiten.”

Toch verandert die formulering niets aan de kern van de zaak: wanneer een overheid bewust onjuiste informatie verstrekt of in stand houdt, is dat in wezen hetzelfde als liegen.

De praktijk bij gemeente X laat zien dat zij hiertoe bereid is, zelfs wanneer het beschikbare bewijs de onjuistheid van haar beweringen ondubbelzinnig aantoont, of wanneer er helemaal geen grond is om haar versie van de werkelijkheid te ondersteunen.

Waarom dit institutioneel gaslighten is:

Dit is intitutioneel gaslighten omdat gemeente X niet alleen onwaarheden verspreidt, maar ook systematisch het perspectief van de burger ontkent en haar ervaring als onbetrouwbaar framet. De gemeente beoogt daarmee de inwoner te laten twijfelen aan haar eigen gelijk, geheugen of redelijkheid.

Kenmerken bij dit type institutioneel gaslighten:

  • Taal als machtsinstrument: subtiel, formeel, maar ontkennend.
  • Framing van de inwoner: gemeente X presenteert zichzelf als rationeel en de burger als emotioneel, onredelijk of ‘moeilijk’.
  • Herhaling en formaliteit: het gebeurt niet één keer, maar als patroon, verpakt in nette bestuursstijl.

Eigen gedrag op jou projecteren

Een inwoner heeft in 2019 nul op haar rekest van gemeente X gekregen nadat zij verzocht om een gezamenlijk onderzoek naar misstanden in haar dossier. Na een boel gehakketak, besloot ze om dan maar zelfstandig onderzoek te doen. Daarvoor zocht ze haar heil bij de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet open overheid (Woo) en informatieverzoeken. Gemeente X koos vervolgens voor maximale tegenwerking, gezien de mate waarin ze elk verzoek zoveel mogelijk in de juridische sfeer brengt. In bestuursrechtelijke procedures en gesprekken roept de gemeente geregeld dat mevrouw overal een zaak van maakt, zoals steeds in bezwaar gaan. Zij zou de casus almaar juridiseren.

We zien hierin wat in psychologische én bestuurskundige contexten projectie wordt genoemd: het toeschrijven van eigen gedrag, motieven of tekortkomingen aan een ander, om de eigen rol of verantwoordelijkheid buiten beeld te houden.

Wat er gebeurt:

  • Gemeente X reageert afwerend op een verzoek om gezamenlijk onderzoek
    Ze weigert introspectie of gezamenlijke transparantie, wat kan wijzen op angst voor fouten of reputatieschade.
  • De inwoner kiest vervolgens voor wettelijke middelen
    Dat is objectief gezien een rationele reactie op het ontbreken van samenwerking of vertrouwen.
  • Gemeente X verwijt de inwoner “juridisering” of “alles tot een zaak maken”
    Daarmee projecteert de gemeente haar eigen juridisering (namelijk: het in de juridische sfeer trekken van elk verzoek) op de burger.

Bestuurskundige duiding:

In bestuurskundige termen noemen we dit:

  • Institutionele projectie: het verschijnsel dat een organisatie het gedrag dat zij zelf vertoont (zoals formalisering, defensiviteit, gebrek aan reflectie) toeschrijft aan de burger.
  • Framing door rolomkering: de machtige partij presenteert de minder machtige als de veroorzaker van de verstoring.
  • Defensief bestuur: de focus verschuift van de inhoud van de klacht naar het gedrag van de klager.

De inwoner wordt zo in een dubbele val gezet:

  • Als ze niets doet, blijft het onrecht onopgelost;
  • Als ze juridische middelen inzet, bevestigt dat volgens de gemeente haar vermeende “probleemgedrag.”

Dat is precies het soort dynamiek dat mensen kan doen twijfelen aan hun redelijkheid of zelfs hun realiteitsbesef. Dus institutioneel gaslighten.

Je vertellen dat je dingen verzint

Een gemeente zal niet gauw woordelijk zeggen dat je dingen verzint. Daar heeft zij andere, subtiele bewoordingen voor. Gemeente X grossiert tot vervelend toe in de uitspraak:

Wij hekennen ons niet in het beeld dat betrokkene schetst en nemen er nadrukkelijk afstand van.

Deze uitspraak komt erop neer dat gemeente X de geldigheid van de waarneming van de inwoner ontkent, zonder op de inhoud in te gaan.

Waarom dit gaslighting is:

De uitspraak:

  • schuift de realiteit van de inwoner opzij zonder weerlegging van feiten;
  • plaatst de beleving van de inwoner buiten de werkelijkheid (uw beeld is niet reëel of niet gedeeld);
  • herbevestigt de macht van gemeente X om te bepalen wat als ‘echte werkelijkheid’ geldt;
  • maakt dialoog onmogelijk, want er is geen inhoudelijk aanknopingspunt meer, slechts “herkenning” of “niet-herkenning;”

Dit is dus geen expliciete beschuldiging van verzinnen, maar wel een institutionele ontkenning van legitimiteit van beleving.
Het gevolg is dat de inwoner zich moet verdedigen tegen de impliciete suggestie dat haar waarneming subjectief of onterecht is.

Bestuurskundige duiding:

Binnen bestuurskunde of organisatiepsychologie wordt deze vorm van gaslighting ook wel gezien als:

  • Retorische afweerformule;
  • Institutioneel afweermechanisme: een standaardzin die voorkomt dat men inhoudelijk hoeft te reflecteren;
  • Taal van machtsbehoud: wie het recht heeft om “de werkelijkheid” te definiëren, behoudt controle over de interpretatie van gebeurtenissen.

Over dit artikel

Het artikel “Institutioneel gaslighten” van Ray Heijder (Ebenezer Advies, 7 november 2025) is een scherp en helder geschreven essay dat een psychologisch begrip overtuigend vertaalt naar bestuurlijke verhoudingen. De auteur laat aan de hand van concrete voorbeelden uit gemeente X zien hoe overheden via taal en machtspatronen burgers kunnen laten twijfelen aan hun eigen waarneming. De structuur is overzichtelijk en de voorbeelden maken het fenomeen goed invoelbaar. Tegelijkertijd blijft de analyse sterk ervaringsgericht: er ontbreken wetenschappelijke bronnen, vergelijkende casussen en nuance in de beoordeling van intentie versus effect. Daardoor is het stuk minder geschikt als beleids- of onderzoeksanalyse, maar wel krachtig als maatschappelijk signaal en aanklacht tegen bestuurlijke defensie. Al met al: een betrokken, goed geschreven en relevant opiniestuk dat de discussie over machtsmisbruik en bestuurlijke waarheidsvorming terecht op scherp zet.