De volgende keer dat ik bij de Commissie bezwaarschriften in gemeente X verschijn, kan ik mij blijkbaar beter voorstellen als ‘Rozenwater, Lulletje Rozenwater’. Vandaag zette de voorzitter van de commissie mij namelijk publiekelijk te kijk in aanwezigheid van de vertegenwoordiging van het college van gemeente X (de externe advocaat en een extern ingehuurde privacy & legal consultant) en mijn cliënt. Althans, dat was overduidelijk de bedoeling. Toen de maat vol was, hebben mijn cliënt en ik de hoorzitting, de beschamende vertoning, voortijdig verlaten.
18 november 2025 – Ray Heijder, jurist bij Ebenezer Advies
Lees ook:
Institutioneel gaslighten
Mond snoeren
Het is vreemd om te merken dat je tijdens een hoorzitting — waar je nota bene op uitnodiging verschijnt om te worden gehoord — meerdere keren wordt onderbroken en de mond wordt gesnoerd. Dat voelt niet alleen tegenstrijdig, maar kan duiden op vooringenomenheid bij de Commissie bezwaarschriften. Of misschien waren de commissieleden gepikeerd door mijn eerdere artikel ‘Gemeentelijke bezwarencommissie, serieus?’ (van een week geleden). Tja, mijn scepsis is gebaseerd op jarenlange ervaring met dergelijke commissies. Als gemachtigde speel ik het spelletje meestal wel mee, maar vandaag ging het te ver.
Het meest stuitende was de poging om mij publiekelijk te ondermijnen. De voorzitter paste daarbij een typisch gaslight-mechanisme toe: doen alsof iets volkomen helder ineens onbegrijpelijk zou zijn, zodat je aan jezelf gaat twijfelen.
“Wat bedoelt u eigenlijk?”
Om duidelijk te maken wat er vandaag gebeurde, vergelijk ik het met een (verzonnen) situatie in de supermarkt:
“Mevrouw, mag ik wat vragen?”
“Zeker, zegt u het maar,” antwoordt de medewerker.
“Waar vind ik een literpak houdbare halfvolle melk van Campina?”
“Ik weet niet wat u daarmee bedoelt.”
“Neemt u mij nu in de maling? Ik wil de manager spreken.”
De manager arriveert: “Wat is er aan de hand?”
“Deze medewerker beweert dat ze niet weet wat ik bedoel.”
“Wat staat er op uw lijstje? Laat eens zien.”
Ik overhandig het briefje.
“Ik lees: een literpak houdbare halfvolle melk van Campina.”
“Precies.”
“Maar wat bedoelt u daarmee?”
“Nou ja zeg… gewoon wat er staat. Wat moet ik daar nog aan verduidelijken?”
Ben ik nou gek?
Dat moest blijkbaar de indruk zijn die de voorzitter wilde wekken. Maar niets in het verzoek van de bezwaarmaker is onduidelijk. Het is ronduit schandalig dat een zogenaamd onafhankelijke voorzitter op deze manier de gemeente X faciliteert in het wegzetten van zowel bezwaarmaker als gemachtigde.
Het is institutioneel gaslighten in zijn zuiverste vorm. Gelukkig beschik ik over een geluidsopname, anders zou je bijna gaan twijfelen aan je eigen waarneming.
Resultaat
En voor wat? Niemand wint bij dergelijk onprofessioneel gedrag. Het college krijgt geen deugdelijk advies en zal daardoor een ondermaatse beslissing op bezwaar nemen. De belanghebbende zal zich genoodzaakt zien om in beroep te gaan.
Ben ik hierdoor afgegaan? Past mij inderdaad de naam ‘Lulletje Rozenwater’? Is mijn geloofwaardigheid aangetast? Nee. De enige die hier afgaat, is de voorzitter — zichtbaar voor iedereen die erbij was. Hopelijk dringt dat ook tot iedereen door.
Één ding is zeker: hoe vaker dit soort situaties voorkomen, hoe dichter we komen bij een noodzakelijke doorbraak in het chronisch onbehoorlijke bestuur van gemeente X. En er is nog te veel in het duister, dus moeten we nog meer gaan drukken.
Keep pressing until it hurts. Then you’ll know where to look.
Nagekomen toegift (19 november 2025)
Voorzitter:
In het Woo-verzoek lezen we dat u het aantal AVG-verzoeken wilt hebben vanaf 1 januari 2020. Is afgewezen door het college omdat, ik vat het maar even kort samen, er iets gemaakt moet worden. En daar ziet de Woo niet op, de Woo ziet op documenten en niet dat je nog iets moet maken. Dat zijn mijn woorden, een korte samenvatting van wat wij in het besluit hebben gelezen. Daar bent u het niet mee eens.
Ray Heijder:
Uhm, ik ben het er wel mee eens. Wat u daar stelt, dat hoeft het college ook inderdaad niet. Dat is ook helemaal niet wat ik aanvoer in het bezwaar. De Woo zegt inderdaad, als documenten niet bestaan, dan ligt er geen verplichting op het bestuursorgaan om alsnog documenten te vervaardigen. Maar dat is ook niet waar we om vragen.
Voorzitter:
Waar vraagt u dan om?
Ray Heijder:
Hetgeen wat in de aanvraag staat.
Voorzitter:
Zullen we die er dan nog eens even bij pakken dan? Nou, ik lees maar even voor. Op grond van de Wet open overheid verzoek ik het college tot openbaarmaking van documenten waaruit – vanaf 1 januari 2020 tot heden – per jaar het aantal door het college te verwerken AVG-verzoeken blijkt. Indien mogelijk, dan zou ik graag ook de factoren ‘omvang’ en ‘complexiteit’ van de AVG-verzoeken openbaargemaakt zien. Dat is uw verzoek. Wat heeft u daarmee bedoeld?
Ray Heijder:
Precies wat er staat! Ja, wat kun je er verder van… het aantal AVG-verzoeken…”
Voorzitter:
Dat is toch een getal?
Ray Heijder:
Ja, ja, nou misschien een ander vergelijk…
Voorzitter:
Nee, nee, ik denk, dat is toch een getal?
Ray Heijder:
Ja, dat is een getal, ja.
Voorzitter:
Het gaat u dus om de aantallen.
Ray Heijder:
Ja.