Een persoonlijke internetpagina zoals ‘Mijn Gemeente’ lijkt vooral een handige digitale voorziening voor inwoners. Je kunt er bijvoorbeeld zien welke aanvragen, meldingen of andere zaken bij de gemeente lopen. Maar juist omdat zo’n omgeving persoonlijke informatie toont, is de AVG nadrukkelijk relevant.
Welke gegevens ziet de inwoner?
Op een persoonlijke pagina worden persoonsgegevens verwerkt. Denk aan:
- naam en contactgegevens;
- ingediende aanvragen en meldingen;
- zaaknummers en correspondentie;
- documenten die door of namens de inwoner zijn ingediend;
- de voortgang en status van procedures;
- gegevens over afspraken of contactmomenten.
Sommige informatie kan bovendien bijzondere persoonsgegevens of andere gevoelige informatie bevatten.
De gemeente moet daarom kunnen uitleggen welke persoonsgegevens zij via ‘Mijn Gemeente’ beschikbaar stelt, waarom zij dat doet en op welke grondslag.
Niet alleen privacy, maar ook gegevensbescherming
De AVG gaat verder dan de vraag of iemand zijn eigen gegevens kan bekijken. De gemeente moet ook passende maatregelen nemen om te voorkomen dat persoonsgegevens bij de verkeerde persoon terechtkomen.
Dat betekent bijvoorbeeld dat de gemeente voldoende zekerheid moet hebben over de identiteit van degene die inlogt. Ook moet worden voorkomen dat een inwoner gegevens van een andere inwoner kan zien.
Maar er is nog een tweede aspect: dataminimalisatie. Niet alles wat technisch beschikbaar is, hoeft daarom ook op de persoonlijke internetpagina te worden getoond. De gemeente moet zich afvragen welke informatie voor het doel noodzakelijk is.
In overeenstemming met de AVG?
Een persoonlijke internetpagina is daarmee meer dan een digitaal loket. Het is een concrete uitwerking van de manier waarop een gemeente met persoonsgegevens omgaat.
De centrale vraag is: kan de gemeente per gegeven uitleggen waarom dit gegeven hier aan deze inwoner wordt getoond?
Als daarop geen helder antwoord bestaat, is het de vraag of de inrichting van ‘Mijn Gemeente’ wel in overeenstemming is met de beginselen van de AVG.
Digitale dienstverlening begint dus niet bij wat technisch mogelijk is, maar bij wat rechtmatig, noodzakelijk en zorgvuldig is.