Aan: de burgemeester van Rheden
Aan: het college van burgemeester en wethouders van Rheden
Via: Webformulier contact
Van: R.M.F. Heijder
Vaassen, 26 september 2026
Geachte burgemeester, geacht college,
Bij brief van 6 juli 2026 is aan mij een gedragslijn opgelegd. Deze gedragslijn geldt volgens de brief voor de communicatie met het college en de ambtelijke organisatie en omvat onder meer klachten, bezwaarschriften, aanvragen, handhavingsverzoeken en verzoeken op grond van de Woo en de AVG. Tevens is bepaald dat formele berichten onder omstandigheden niet inhoudelijk worden behandeld.
De brief vermeldt niet op welke concrete wettelijke bevoegdheid deze gedragslijn berust. Evenmin wordt vermeld op grond van welke bevoegdheid de burgemeester respectievelijk het college de gedragslijn heeft vastgesteld en opgelegd.
Daarom verzoek ik u de volgende vragen afzonderlijk en concreet te beantwoorden:
- Op welke concrete wettelijke bevoegdheid heeft de burgemeester de gedragslijn van 6 juli 2026 gebaseerd?
- Op welke concrete wettelijke bevoegdheid heeft het college van burgemeester en wethouders de gedragslijn van 6 juli 2026 gebaseerd?
- Is de gedragslijn gebaseerd op een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:81 Awb? Zo ja, ontvang ik graag:
- de volledige naam van deze beleidsregel;
- het vaststellingsbesluit;
- de datum van vaststelling;
- de datum en wijze van bekendmaking;
- de officiële publicatievindplaats.
- Indien geen sprake is van een beleidsregel: op welke juridische grondslag is de bevoegdheid gebaseerd om deze gedragslijn individueel aan mij op te leggen?
- Op welke wettelijke bevoegdheid is gebaseerd dat een formeel bericht, waaronder een aanvraag, klacht, bezwaarschrift, handhavingsverzoek, Woo-verzoek of AVG-verzoek, op grond van deze gedragslijn niet inhoudelijk kan worden behandeld
- Welk bestuursorgaan is volgens u bevoegd om de in de brief aangekondigde verlenging van de gedragslijn en eventuele aanvullende maatregelen vast te stellen?
- Indien u van mening bent dat de gedragslijn geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb is, verzoek ik u concreet aan te geven welke juridische betekenis u toekent aan de mededeling dat de gedragslijn aan mij wordt “opgelegd” en aan de daarin opgenomen beperkingen van de behandeling van toekomstige correspondentie. De brief vermeldt immers dat de gedragslijn gedurende één jaar geldt en dat formele berichten onder omstandigheden niet inhoudelijk worden behandeld.
- In de brief van 6 juli 2026 wordt bepaald dat alle communicatie waarop de gedragslijn van toepassing is uitsluitend verloopt via het daarin genoemde e-mailadres contactmailbox@rheden.nl. Is dit e-mailadres bij een besluit als bedoeld in artikel 2:13 Awb aangewezen als elektronisch kanaal voor de in de gedragslijn genoemde formele berichten, waaronder bezwaarschriften, klachten, aanvragen, handhavingsverzoeken, Woo-verzoeken en AVG-verzoeken?Zo ja, verzoek ik u de officiële bekendmaking van dat aanwijzingsbesluit te noemen.Indien dit e-mailadres niet als zodanig is aangewezen, verzoek ik u aan te geven op welke wettelijke grondslag de burgemeester en het college bevoegd zijn om uitsluitend voor mij een afwijkend verplicht elektronisch kanaal voor deze formele berichten voor te schrijven.
- Welke gevolgen heeft het verplicht gebruik van de contactmailbox voor de digitale indieningsmogelijkheden die de gemeente Rheden voor formele berichten aan andere indieners biedt?
Bij digitale indiening via de daarvoor door de gemeente beschikbaar gestelde webformulieren worden, afhankelijk van het betreffende formulier, verschillende functionaliteiten geboden die de indiening van formele berichten vergemakkelijken en de positie van de indiener ondersteunen. Daarbij valt onder meer te denken aan:- gepreformatteerde webformulieren, waardoor de indiener wordt geholpen bij het verstrekken van de voor het betreffende type verzoek benodigde informatie, in het bijzonder bij niet-vormvrije verzoeken;
- controles op de volledigheid van de benodigde informatie voordat het bericht wordt ingediend;
- een direct automatisch ontvangstbericht, waarin de ontvangst van het bericht wordt bevestigd en een zaaknummer wordt toegekend;
- de mogelijkheid om een kopie van het daadwerkelijk ingediende bericht en de verstrekte informatie op te slaan;
- de mogelijkheid om de ingediende zaak vervolgens direct te volgen via Mijn Rheden, voor zover die functionaliteit bij de betreffende digitale indiening wordt aangeboden.Indien ik daarentegen uitsluitend gebruik moet maken van de in de gedragslijn voorgeschreven contactmailbox, worden mij deze — voor zover niet alsnog afzonderlijk aangeboden — belangrijke functionaliteiten bij de indiening ontnomen.Ik verzoek u daarom concreet aan te geven op welke wettelijke grondslag en met welke rechtvaardiging deze individuele beperking van de voor andere indieners beschikbare digitale indieningsfaciliteiten wordt opgelegd.Indien u van mening bent dat het ontbreken van deze functionaliteiten geen juridisch relevante consequentie heeft, verzoek ik u dat standpunt te motiveren, in het bijzonder ten aanzien van:
- de rechtszekerheid over het moment van indiening en ontvangst;
- de mogelijkheid voor de indiener om aan te tonen wat daadwerkelijk is ingediend;
- de volledigheid van een formeel verzoek;
- de kenbaarheid van het toegekende zaaknummer;
- en de mogelijkheid voor de indiener om de behandeling van de zaak digitaal te volgen.
Dit verzoek wordt bewust niet ingediend via de in de brief van 6 juli 2026 genoemde contactmailbox. De juridische grondslag en rechtsgeldigheid van de verplichting om uitsluitend van die mailbox gebruik te maken, maken juist onderdeel uit van het onderhavige verzoek.
Indien u van oordeel bent dat dit verzoek daarom niet langs het door mij gebruikte kanaal mocht worden ingediend, verzoek ik u tevens concreet aan te geven op grond van welke wettelijke bepaling u tot dat oordeel komt.
Ten slotte verzoek ik u, voor zover u zich beroept op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 28 januari 2026 waarnaar in de brief wordt verwezen, ECLI:NL:RVS:2026:478, concreet aan te geven welk onderdeel van die uitspraak volgens u de wettelijke bevoegdheidsgrondslag vormt voor het opleggen van de onderhavige gedragslijn.
Ik verzoek u de vragen per bestuursorgaan en per wettelijke grondslag afzonderlijk te beantwoorden.
De gemeenteraad, de gemeentelijke ombudsman en de commissie bezwaarschriften worden geïnformeerd over de inhoud van deze brief aangezien u dat ook voor de brief van 6 juli 2026 noodzakelijk heeft geacht.
Met vriendelijke groet,
R.M.F. Heijder