Home > Gemeente Doorgelicht/Rheden > Doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur
Gemeente Rheden is wettelijk verplicht om regelmatig te onderzoeken hoe goed het eigen bestuur functioneert. Deze verplichting ligt vast in een gemeentelijke verordening op basis van artikel 213a van de Gemeentewet. Het uitgangspunt is eenvoudig: het college van burgemeester en wethouders moet zelf nagaan of beleid werkt en of publieke middelen efficiënt worden gebruikt.
Wat wordt onderzocht?
De onderzoeken richten zich op twee kernvragen:
- Doelmatigheid: gebeurt het werk zo efficiënt mogelijk, met zo weinig mogelijk middelen?
- Doeltreffendheid: worden de beoogde resultaten en maatschappelijke doelen daadwerkelijk bereikt?
Jaarlijks voert het college onderzoeken uit. Binnen elke raadsperiode van vier jaar moeten alle gemeentelijke afdelingen en beleidsprogramma’s minstens één keer zijn doorgelicht.
Zelfonderzoek door het bestuur
Opvallend is dat het hier grotendeels gaat om zelfonderzoek: het college bepaalt zelf wat wordt onderzocht en stelt ook zelf het onderzoeksplan vast. De gemeenteraad en de rekenkamercommissie worden hierover geïnformeerd, maar voeren deze onderzoeken niet zelf uit.
De resultaten verschijnen in rapportages en — als dat nodig is — in plannen voor verbetering. Over de voortgang wordt gerapporteerd in de begroting en het jaarverslag.
Zicht op kwaliteit van bestuur?
De verordening moet zorgen voor transparantie en beter bestuur. Tegelijk roept de constructie vragen op: in hoeverre maakt intern onderzoek bestuurlijke problemen werkelijk zichtbaar? En hoeveel hangt af van wat wordt onderzocht, hoe wordt gerapporteerd en welke conclusies worden getrokken?
Juist daar ligt de kern van de controle op doelmatigheid en doeltreffendheid — en ook haar mogelijke beperking.