Gemeente Doorgelicht
- Gemeente Doorgelicht/Rheden
Gemeente Rheden kan mede dankzij een onbetrouwbare Commissie bezwaarschriften al jaren wegkomen met aanhoudend onbehoorlijk bestuur. Zonder zo’n bondgenoot is het aanzienlijk moeilijker om kritische burgers van zich af te houden. Ik benadruk daarbij dat de situatie in Rheden uitzonderlijk slecht is. Mijn ervaringen met commissies in andere gemeenten zijn aanmerkelijk beter. Er zijn bovendien veel gemeenten die bezwaren wél op professionele wijze behandelen — in schril contrast met gemeente Rheden.
Door Ray Heijder (jurist)
Sjoemelen
De Commissie bezwaarschriften die gemeente Rheden adviseert, lijkt de ruimte te willen behouden om te manipuleren wat tijdens hoorzittingen is besproken. Die ruimte wordt aanzienlijk beperkt wanneer een geluidsopname wordt gemaakt, en nog verder wanneer de belanghebbende daarvan een kopie ontvangt.
In de praktijk komt het erop neer dat óf geen geluidsopname wordt gemaakt, óf wel, maar dat een kopie daarvan onder een voorwendsel aan de belanghebbende wordt onthouden.
Het is aannemelijk dat in werkelijkheid standaard een geluidsopname wordt gemaakt, ook wanneer dit wordt ontkend. Een dergelijke opname vormt immers een logische basis voor het opstellen van een schriftelijk verslag.
Minachting voor de verordening
De geldende verordening, waaraan de Commissie bezwaarschriften is gebonden, laat op dit punt geen ruimte voor interpretatie:
In beginsel wordt een geluidsopname gemaakt. Op verzoek van de belanghebbende kan daarvan een kopie worden verstrekt. Daarnaast kan een schriftelijk verslag worden opgesteld, maar dat is niet verplicht, tenzij bijvoorbeeld de bestuursrechter daarom verzoekt.
De Commissie bezwaarschriften legt deze regels naast zich neer. Wanneer hierover om opheldering wordt gevraagd, volgt steevast een reactie van de secretaris in de trant van:
Uw e-mail is in goede orde ontvangen en voor kennisgeving aangenomen.
Wij wijzen u erop dat het niet mogelijk is om rechtstreeks met de commissie te communiceren.
“Voor kennisgeving”, niet ter behandeling — terwijl het een concreet verzoek betreft. En niet rechtstreeks communiceren met de commissie? Hoe verloopt die communicatie dan indirect? En hoe verhoudt zich dat tot de hoorzitting, waar wél rechtstreeks met de commissie wordt gesproken? Kennelijk wordt schriftelijke communicatie als risicovoller beschouwd dan mondelinge — en dat zegt genoeg.
Meer narigheid
Zelfs als het uitsluitend zou gaan om het al dan niet maken van geluidsopnamen, zou dat al voldoende reden zijn voor wantrouwen. Helaas blijft het daar niet bij. De Commissie bezwaarschriften schuwt het niet om de belangen van belanghebbenden te schaden, onder meer door misleiding.
Zo komt het voor dat aanvragen worden hergeformuleerd, zodat op basis van een gewijzigde inhoud een advies kan worden opgesteld dat beter aansluit bij de wensen van het college van gemeente Rheden.
Ook worden zonder schroom onjuiste of verzonnen elementen in adviezen opgenomen, bijvoorbeeld over wat ter zitting zou zijn verklaard door de belanghebbende of diens gemachtigde. Dat kan variëren van verdraaiingen tot volledig gefingeerde weergaven.
Het is maar een advies
Formeel betreft het slechts een advies. In de praktijk is dat echter misleidend. Het advies valt vrijwel altijd uit in het voordeel van gemeente Rheden en wordt vervolgens door het college integraal overgenomen in de beslissing op bezwaar.
Van een kritische toets is zelden sprake. Bij een zorgvuldig opererende gemeente zou dat anders zijn. Gemeente Rheden lijkt echter vooral tevreden zolang de uitkomst in haar voordeel is. Het vermoeden dringt zich op dat de Commissie bezwaarschriften vooraf wordt gestuurd op een gewenst resultaat — al laat dat zich lastig bewijzen.
Nooit goed nieuws?
Heel af en toe lijkt het anders te gaan. Recent kreeg ik gelijk van de Commissie bezwaarschriften en leek gemeente Rheden dit in de beslissing op bezwaar te volgen. In werkelijkheid bleek dat slechts schijn.
Toen ik de commissie wees op het feit dat haar eigen advies feitelijk werd genegeerd, bleef een inhoudelijke reactie uit.
Opvallend is dat niemand daar zichtbaar moeite mee lijkt te hebben: de commissie niet, de ingehuurde advocaat van Nysingh niet, de externe adviseur van Cuccibu niet en het college evenmin. Rest de hoop dat de bestuursrechter, die zich binnenkort over het ingestelde beroep zal buigen, wél kritisch zal zijn.
Vertrouwen opgezegd
Op 8 april 2026 heb ik het vertrouwen in de Commissie bezwaarschriften formeel opgezegd. Ik zie af van verdere deelname aan deze procedure en laat de commissie en het college hun gang gaan.
De uitkomst zie ik met belangstelling tegemoet om te beoordelen op de noodzaak voor een vervolg bij de bestuursrechter.