Bezwaar tegen besluit RHD-2025-001703

Home > Gemeente Doorgelicht/Rheden > Dossier datalek januari 2026

Er kleven meerdere juridische bezwaren (aanvechtbare punten) aan Woo-besluit RHD-2026-001703. Er zijn formele gebreken (procedureel), materiële gebreken (inhoudelijke toepassing Woo), motiveringsgebreken, onjuiste overwegingen over het motief van de verzoeker en strategisch sterke bezwaargronden. Het bezwaar heeft zaaknummer RHD-2026-003247 gekregen.


Bezwaar

28 februari 2026

Geacht college,

Hierbij maak ik bezwaar tegen uw besluit van 25 februari 2026 met zaaknummer RHD-2026-001703 waarbij mijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) volledig is afgewezen.

Ik kan mij met dit besluit niet verenigen, omdat het naar mijn oordeel in strijd is met de Woo en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hieronder licht ik de gronden van bezwaar toe.

1. Onjuiste inventarisatie: geen beoordeling op documentniveau
U geeft aan dat de inventarisatie “op clusterniveau” heeft plaatsgevonden en niet op documentniveau. Daarmee is het besluit onvoldoende controleerbaar en in strijd met de systematiek van de Woo.

De Woo vereist dat per document wordt beoordeeld:

  • of het onder het verzoek valt;
  • welke uitzonderingsgrond van toepassing is;
  • of gedeeltelijke openbaarmaking mogelijk is.

Door uitsluitend categorieën te benoemen ontbreekt inzicht in:

  • het aantal aangetroffen documenten;
  • de aard en datering daarvan;
  • de concrete toepassing van uitzonderingsgronden.

Hierdoor is effectieve rechtsbescherming onmogelijk en is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid (art. 3:2 Awb) en ondeugdelijk gemotiveerd (art. 3:46 Awb).

2. Ten onrechte volledige weigering – geen onderzoek naar gedeeltelijke openbaarmaking
De Woo kent als uitgangspunt maximale openbaarheid. Zelfs wanneer uitzonderingsgronden gelden, moet worden onderzocht of documenten:

  • gedeeltelijk openbaar kunnen worden gemaakt;
  • geanonimiseerd kunnen worden;
  • of met weglakking verstrekt kunnen worden.

Uw besluit bevat geen kenbare toets of minder verstrekkende maatregelen mogelijk zijn. Persoonsgegevens en beveiligingsgevoelige passages kunnen in beginsel worden gelakt zonder volledige weigering.

Een categorische integrale weigering is daarom disproportioneel en in strijd met het subsidiariteitsbeginsel dat aan de Woo ten grondslag ligt.

3. Onvoldoende concrete motivering van uitzonderingsgronden
U beroept zich op artikel 5.1 lid 2 sub d, e en h Woo. De motivering blijft echter algemeen en abstract.
Er wordt gesteld dat openbaarmaking “misbruik kan faciliteren” of “risico’s oplevert”, zonder:

  • concrete voorbeelden,
  • specifieke passages,
  • of een documentgerichte analyse.

Volgens vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie zijn algemene verwijzingen naar mogelijke risico’s onvoldoende. Per document moet aannemelijk worden gemaakt dat daadwerkelijke schade waarschijnlijk is. Deze concretisering ontbreekt volledig.

4. Persoonsgegevens vormen geen grond voor integrale weigering
Voor zover documenten persoonsgegevens bevatten, geldt dat anonimiseren het aangewezen middel is. De aanwezigheid van persoonsgegevens rechtvaardigt niet zonder meer weigering van gehele documenten.

5. Onvoldoende onderbouwing beroep op beveiligingsbelang (art. 5.1 lid 2 sub h Woo)
Dat correspondentie betrekking heeft op een datalek betekent niet automatisch dat openbaarmaking de beveiliging schaadt.

Niet is gemotiveerd:

  • welke concrete kwetsbaarheden zichtbaar zouden worden;
  • waarom redactie of gedeeltelijke openbaarmaking onvoldoende bescherming biedt;
  • waarom ook procedurele of bestuurlijke informatie geheim moet blijven.

De motivering blijft daarmee te algemeen om een volledige weigering te dragen.

6. Onjuiste betrokkenheid van mijn motief bij de beoordeling
In het besluit wordt gesteld dat ik de Woo “buiten wettelijk beoogde doelen” zou gebruiken en dat het verzoek als drukmiddel zou zijn bedoeld.

Dit is juridisch niet relevant. De Woo is motiefneutraal: het doel van de verzoeker speelt geen rol bij de beoordeling van openbaarmaking, tenzij sprake is van evident misbruik van recht. Van een dergelijke uitzonderlijke situatie is geen sprake en dit wordt ook niet onderbouwd.

Door dit toch mee te wegen wekt het besluit de indruk dat niet uitsluitend op wettelijke criteria is beslist.

7. Reeds beschikken over correspondentie is juridisch irrelevant
Dat ik mogelijk partij ben bij (een deel van) de correspondentie doet niet af aan het karakter van Woo-openbaarmaking, die ziet op openbaarmaking voor eenieder. Dit argument kan de weigering daarom niet dragen.

8. Onvoldoende controleerbare zoekslag
U geeft aan de zoekslag niet volledig te specificeren. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of het onderzoek naar documenten volledig is geweest. Dit is in strijd met de zorgvuldigheidseis van artikel 3:2 Awb.

Conclusie
Het bestreden besluit:

  • is onvoldoende zorgvuldig voorbereid;
  • bevat een ondeugdelijke motivering;
  • past uitzonderingsgronden te ruim en categorisch toe;
  • en miskent het uitgangspunt van maximale openbaarheid.

Ik verzoek u daarom het besluit te herroepen en opnieuw op mijn Woo-verzoek te beslissen, waarbij:

  • een documentlijst wordt opgesteld;
  • per document een concrete beoordeling plaatsvindt;
  • gedeeltelijke openbaarmaking als uitgangspunt wordt genomen.

Verzoek hoorzitting
Ik wens gebruik te maken van het recht te worden gehoord alvorens op dit bezwaar wordt beslist.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder – Ebenezer Advies