Gemeente Doorgelicht
- Gemeente Doorgelicht/Rheden
-- Foute manager
17 april 2026 | Het is bijna een jaar geleden dat deze klacht tegen de foute manager werd ingediend. Behandeling daarvan is tot nu toe volledig uitgebleven en ondertussen kan de manager team Ruimtelijke Ontwikkeling gewoon doorgaan met zijn gedragingen.
6 mei 2025
Geachte klachtcoördinator,
Dit klaagschrift start een klachtprocedure tegen de bejegening van gemeente Rheden en meer specifiek tegen het misplaatste charmeoffensief van de heer [naam manager], manager team Ruimtelijke Ontwikkeling & Omgevingskwaliteit (hierna: medewerker) tegen mevrouw [naam belanghebbende] (hierna: belanghebbende).
Dit klaagschrift is door mij (R.M.F. Heijder van Ebenezer Advies) als gemachtigde van belanghebbende in deze procedure opgesteld. Door mede te ondertekenen, bekrachtigt belanghebbende dat zij mij in deze heeft gemachtigd.
Tweevoudige dubieuze rol medewerker
In de uitspraak in beroep ARN 21/5462 droeg de rechter aan gemeente Rheden op om een nieuw besluit te nemen op het verzoek tot inzage in de persoonsgegevens van een registratie over belanghebbende in het gemeentelijk incidenten register (GIR). In het nieuwe besluit werd het verzoek (na de afwijzing in het primaire besluit) alsnog toegewezen. Voor de overdracht van de kopie van de persoonsgegevens werd in het nieuwe besluit de heer [naam manager] aangewezen als contactpersoon.
In beginsel is het aan het college om te bepalen dat medewerker de overdracht doet. De medewerker heeft echter zijn rol in deze geprobeerd uit te breiden met het in gesprek komen met belanghebbende over langlopende problematiek. Voor een dergelijke uitbreiding van zijn rol is geen aantoonbare rechtvaardiging vanuit het college aan belanghebbende overlegd. Daardoor is door belanghebbende niet te toetsen of de medewerker handelt binnen de rechtmatige uitoefening van zijn functie. Dit is hierna aangeduid als het eerste incident.
Een vergelijkbare dubieuze rol speelde de medewerker in de uitvoering van uw besluit 2025-003204. In dat besluit wijst gemeente Rheden een verzochte inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming toe. Het college schrijft in het besluit dat belanghebbende voor de uitvoering van het besluit een uitnodiging en meer informatie zal ontvangen per e-mail.
Op 28 april 2025 heb ik de medewerker per e-mail bericht dat ik in deze zaak als gemachtigde optreed. Ik heb bij dat bericht de machtiging van belanghebbende gevoegd. In dat bericht heb ik aangegeven dat er geen afspraak voor de overdacht van de verzochte kopie van persoonsgegevens kan worden gemaakt doordat er bezwaar wordt ingediend tegen de wijze van verstrekking. Op het moment van indienen van deze klacht, is het bezwaarschrift nog in voorbereiding.
De medewerker heeft ondanks mijn bericht (maar wel met verwijzing daarnaar) per e-mail contact gezocht met belanghebbende. Opnieuw is niet te toetsen of de medewerker handelt binnen de rechtmatige uitoefening van zijn functie. Er is ook voor dit optreden van de medewerker geen aantoonbare rechtvaardiging vanuit het college aan belanghebbende overlegd. Dit is hierna aangeduid als het tweede incident.
Bejegening van de medewerker
Naast de ontbrekende rechtvaardiging van de uitbreiding van de rol van de medewerker, richt deze klacht zich ook op de inhoudelijke bejegening van de medewerker.
Bij het eerste incident waarbij de medewerker veel verder gaat dan slechts overdracht van een document, treedt hij naar het oordeel van belanghebbende per e-mail van 28 maart 2025 functioneel en inhoudelijk buiten zijn boekje. De suggestieve bewoordingen van de medewerker komen op belanghebbende over als een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer alsmede als intimidatie. De medewerker zegt met andere woorden dat belanghebbende niets hoeft te verwachten van formele procedures. Het is zo te lezen dat naar het oordeel van de medewerker belanghebbende door haar keuze om vast te houden aan formele procedures in plaats van met hem in gesprek te gaan voor een heilloze weg kiest.
De medewerker gaat voorbij aan het inmiddels robuuste dossier van belanghebbende in het beheer van het college waaruit hij zonder belanghebbende te belasten kan afleiden wat er aan de hand is. Daarmee kan hij ook concluderen dat zijn bemoeienis niet op succes kan rekenen. Eerdere gesprekken hebben van alles en nog wat aan afspraken en toezeggingen opgeleverd die het college vervolgens aan de laars heeft gelapt. Uitvraag doen bij belanghebbende naar de vraag achter de vraag komt neer op vragen naar de bekende weg.
Het tweede incident is – eens te meer door het eerste incident – dusdanig belastend voor belanghebbende (zij ervaart de bejegening als stalking) dat ik in haar belang alsmede in het belang van de medewerker op 29 april 2025 een brief heb gestuurd aan de gemeentesecretaris, de heer B. Drewes. Hierin probeer ik de gemeentesecretaris te bewegen om onmiddellijk de medewerker de wacht aan te zeggen. Deze brief heb ik bij deze klacht gevoegd.
De medewerker stelt dat hij zich verdiept in de zaak van belanghebbende en erachter probeert te komen wat belanghebbende beweegt en waar zij op uit is. Hij stelt dat hij zich oprecht wil inspannen voor belanghebbende en haar belangen. De medewerker minacht daarbij wederom formele procedures door te stellen dat deze geen bevredigende oplossing zullen bieden en uiteindelijke alleen maar verliezers zullen opleveren.
Belanghebbende kan niet toetsen in hoeverre de medewerker namens het college handelt, ofwel uit hoofde van zijn functie. Zij kan vooralsnog slechts veronderstellen dat de medewerker op eigen initiatief handelt omdat het college eerder na het tegen elkaar afwegen van voor- en nadelen nadrukkelijk schriftelijk heeft uitgesproken geen heil meer te zien in gesprekken met belanghebbende nadat een rechter van de Centrale Raad van Beroep in een procedure met de suggestie kwam om met een vaststellingsovereenkomst nader tot elkaar te komen.
Uit niets is op te maken dat het college een ander standpunt zou hebben ingenomen, waarmee moet worden geconcludeerd dat het handelen van de medewerker niet door het college wordt gedragen en daardoor niet is te kwalificeren als handelen in de rechtmatige uitoefening van zijn functie.
Ik verzoek u om mij te informeren over de wijze van behandeling van deze klacht.
Hoogachtend,
R.M.F. Heijder – Ebenezer Advies
Voor machtiging voor volledige vertegenwoordiging door Ebenezer Advies in deze klacht,
[naam belanghebbende]