Beroep na vals spel gemeente

Home > Gemeenteadvies > Fair play? Niet overal vanzelfsprekend

Geachte rechtbank,

18 januari 2026

Gemachtigd door [belanghebbende], wonende [adres] (hierna: belanghebbende), stel ik hierbij tijdig beroep in tegen de beslissing op bezwaar van 16 januari 2026 met kenmerk 2025-014000, genomen door het college van burgemeester en wethouders van [naam gemeente] (hierna: het college).

Belanghebbende kan zich niet met dit besluit verenigen en beoogt met dit beroepschrift het volgende voor de rechtbank scherp te krijgen:

  • Object van haar verzoek (tekst Woo-verzoek);
  • Object van het besluit (motivering college);
  • Discrepantie daartussen (juridische kwalificatie).

1. Er is niet beslist op het ingediende Woo-verzoek
Het college heeft niet het door belanghebbende ingediende Woo-verzoek beoordeeld, maar een door het college zelf geherformuleerde vraagstelling. Het aldus geconstrueerde verzoek is afgewezen. Het oorspronkelijke verzoek is daarmee materieel onbehandeld gebleven.

De bezwaarprocedure heeft evenmin geleid tot een beoordeling van het daadwerkelijk ingediende verzoek. Daarmee ontbreekt de in artikel 7:11 Awb voorgeschreven integrale heroverweging van het primaire besluit.

Deze handelwijze is in strijd met artikel 3:2 Awb (zorgvuldige voorbereiding) en artikel 7:11 Awb (volledige heroverweging in bezwaar).

2. Het Woo-verzoek is onjuist uitgelegd
Het college gaat ervan uit dat belanghebbende zou hebben gevraagd om:

  • het aantal AVG-verzoeken over een bepaalde periode;
  • een door het college op te stellen overzicht;
  • “gegevens” die in documenten zijn neergelegd.

Deze lezing vindt geen steun in het Woo-verzoek. Daaruit blijkt ondubbelzinnig dat is verzocht om documenten waaruit het aantal AVG-verzoeken kan worden afgeleid.

Belanghebbende heeft het college niet verzocht aantallen vast te stellen, statistieken te genereren of nieuwe informatie te creëren. Het verzoek ziet uitsluitend op het openbaar maken van reeds bestaande documenten. Dat belanghebbende uit die documenten zelf conclusies wenst te trekken, doet aan het documentkarakter van het verzoek niet af.

De omvang van een Woo-verzoek wordt bepaald door de objectieve bewoordingen daarvan. Het bestuursorgaan komt geen bevoegdheid toe het verzoek inhoudelijk te wijzigen of te beperken tot een eigen interpretatie.

3. Geen uitbreiding van het verzoek
Het college stelt dat het openbaar maken van alle documenten inzake AVG-verzoeken een uitbreiding van het oorspronkelijke verzoek zou vormen. Dit is onjuist.

Belanghebbende heeft steeds verzocht om bestaande documenten. Dit is vergelijkbaar met een eerder Woo-verzoek inzake de inzet van externe advocatuur, waarbij het college onder meer facturen van advocatenkantoor [advocatenkantoor] (gedeeltelijk) openbaar heeft gemaakt. Uit die documenten kon belanghebbende zelf informatie afleiden.

Ook thans wordt uitsluitend verzocht om reeds aanwezige documenten, niet om het creëren van nieuwe informatie.

4. Gevolgen voor de rechtsbescherming
Doordat het college niet op het daadwerkelijke verzoek heeft beslist:

  • is het oorspronkelijke verzoek onbehandeld gebleven;
  • is belanghebbende genoodzaakt beroep in te stellen tegen een besluit dat haar verzoek niet betreft.

Dit is onverenigbaar met de op het college rustende verplichting om een verzoek om openbaarmaking inhoudelijk te beoordelen en daarover een rechtmatig besluit te nemen.

5. Geluidsbestand hoorzitting
Als onderdeel van de processtukken wordt gewezen op het geluidsbestand van de hoorzitting van 18 november 2025. Op grond van het toepasselijk wettelijk kader geldt dit bestand als verslag van de hoorzitting en maakt het deel uit van het dossier.

6. Conclusie
Het bestreden besluit kan niet in stand blijven omdat:

  • het Woo-verzoek onjuist is uitgelegd;
  • niet is beslist op het daadwerkelijk ingediende verzoek;
  • het besluit daardoor in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:11 Awb.

7. Professionaliteit van de gemachtigde
Belanghebbende verzoekt de rechtbank bij de beoordeling van de proceskosten acht te slaan op de daadwerkelijke aard van de rechtsbijstand. Het verlenen van rechtsbijstand vormt een structureel onderdeel van de werkzaamheden van de gemachtigde, gericht op duurzame deelname aan het rechtsverkeer. Belanghebbende verzoekt de rechtbank aan te geven welke gegevens nodig worden geacht om dit aannemelijk te maken.

8. Verzoek
Belanghebbende verzoekt de rechtbank:

  • het bestreden besluit te vernietigen en het college op te dragen alsnog te beslissen op het oorspronkelijke Woo-verzoek, te weten: het openbaar maken van de documenten waaruit het aantal AVG-verzoeken kan worden afgeleid;
  • het college te veroordelen tot vergoeding van het griffierecht;
  • het college te veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 8:75 Awb jo. het Besluit proceskosten bestuursrecht, met inachtneming van het bijgevoegde juridisch memo;
  • aan te geven welke informatie de gemachtigde dient te verstrekken ter onderbouwing van de proceskosten.

Hoogachtend,

R.M.F. Heijder (gemachtigde) – Ebenezer Advies

Bijlagen
– Kopie beslissing op bezwaar
– Machtiging voor indiening beroep
– Verzoek kopie geluidsbestand hoorzitting 18 november 2025
– Juridisch memo casus [belanghebbende], versie 2025.1