GIR registratie als zwaard van Damocles

Home > Onderzoek

Bekijk ook het op 1 december 2025 ingediende verzoek bij de civiele rechter.

December 2025 – Al meer dan zes jaar hangt er bij Inwoner B een registratie in het Gemeentelijke Incidentenregistratiesysteem (GIR) als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Hoe groot de impact daarvan precies is, laat zich lastig bepalen. Op 16 augustus 2019 om 17.00 uur maakte een medewerker van de gemeente X een registratie aan over vermeende agressie door Inwoner B. Waarschijnlijk betreft het dezelfde ambtenaar die zelf ook de melding als ‘slachtoffer’ heeft gedaan. Dat is niet toegestaan, maar deze medewerker — laten we hem Meneer X noemen — bekleedt een invloedrijke positie binnen de afdeling Juridische Zaken. En dan lijkt wat niet mag, veel minder te wegen.

Auteur: Ray Heijder (jurist) – Ebenezer Advies

Het artikel gaat door onder de afbeelding
GIR als zwaard van Damocles

Plan X

Volgens Inwoner B voert Meneer X al lange tijd een verbeten strijd tegen haar. Het zou hem dwarszitten dat zij kritiek heeft op de kwaliteit van haar klantdossier, en dat ze niet ophoudt met doorvragen. In haar ogen heeft Meneer X het GIR misbruikt als een strategisch wapen: een manier om zichzelf in te dekken nu haar zoektocht naar de waarheid steeds dichter bij gevoelige punten komt.

En het tijdstip is allesbehalve toevallig. Zeer kort voordat Meneer X zijn GIR-actie uitvoerde, had Inwoner B — samen met haar vaste ondersteuner Ray Heijder — in een zeer prettig gesprek eindelijk een positieve en constructieve nieuwe koers afgesproken met de teamleider Werk & Inkomen. Meneer X zat er overigens zelf bij. Maar die wending strookte niet met zijn eigen agenda. En dus greep hij razendsnel na het gesprek naar het middel GIR-registratie die Inwoner B in één klap verdacht maakte.

Vanuit haar perspectief was het geen vergissing, geen miscommunicatie, maar een bewuste, geraffineerde aanval. Een zet die alleen als vilein kan worden omschreven.

Burgemeester en gemeentesecretaris

Niet veel later voerde Meneer X zijn aanval op tot een nieuw niveau. Alsof hij even in de huid van de burgemeester en de gemeentesecretaris was gekropen, stuurde hij Inwoner B een brief die bedoeld leek om te intimideren. In die brief — ogenschijnlijk afkomstig van de hoogste bestuurders van de gemeente — werd Inwoner B beschuldigd van het smadelijk beledigen en belemmeren van Meneer X. De boodschap was glashelder: dit was geen vriendelijk verzoek tot gesprek, dit was een dreun.

De handtekeningen onder de brief maakten het allemaal nóg overtuigender: Carol van Eert en Hans Kettelerij. Maar onder Inwoner B rees meteen de twijfel. Handtekeningen kunnen worden ingeplakt, digitaal overgenomen, of simpelweg klakkeloos gezet. En áls de handtekeningen wél echt waren, dan nog zegt dat weinig: bestuurders tekenen vaak stapels documenten ongezien, omdat zij moeten kunnen vertrouwen op de integriteit van hun ambtelijke ondersteuning. De burgemeester heeft het in een gesprek met Inwoner B en Ray Heijder zelfs een keer toegegeven: “ik weet vaak niet eens wat ik onderteken“.

Tot overmaat van ramp had Inwoner B ook een brief geschreven met kritische vragen over ondertekening bij afwezigheid (ba-ondertekening). Dat kwam haar op een tweede intimiderende brief van de ‘gemeentebestuurders’ te staan.

This means war!

Voor Inwoner B en Ray Heijder voelden de duistere manoeuvres van Meneer X als niets minder dan een oorlogsverklaring. Toch kozen ze ervoor eerst nog een handreiking te doen: ze schreven de gemeentebestuurders het verzoek om corrigerend op te treden. Of die brief de burgemeester en gemeentesecretaris ooit daadwerkelijk heeft bereikt, valt echter niet te achterhalen. Inwoner B vermoedt dat Meneer X de stukken kan hebben onderschept en mogelijk zelfs verantwoordelijk was voor de afwijzende reactie.

De tegenaanval van Inwoner B en Ray Heijder kwam vervolgens via de enige wapens die ze wél eerlijk konden inzetten: informatieverzoeken, AVG-verzoeken en juridische procedures (bezwaar en beroep), alles wat het bestuursrecht toelaat. En het werden er veel. Heel veel. Het verzet vanuit Meneer X en zijn collega’s van Juridische Zaken bleek stevig, bijna uitgeputterend standvastig.

Alsof dat nog niet genoeg was, werd er nieuwe munitie bijgehaald: externe advocaten. In minder dan twee jaar liep de inzet daarvan al richting een ton aan kosten, zo bleek uit stukken die via de Wet open overheid openbaar werden. Een verbijsterend bedrag, en een teken dat de strijd allang niet meer zonder symboliek was.

Nu ook naar civiel

Terwijl de bestuursrechtelijke procedures nog volop draaien — en er ongetwijfeld nog een flinke reeks aan zit te komen — doemt inmiddels een nieuw front op: het civiele recht. Steeds vaker laten gemeente X, de externe advocaten én zelfs de bestuursrechter vallen dat dit dossier misschien wel civiel van aard zou kunnen zijn.

Met die suggestie lijkt de gemeente, geholpen door haar juridische bondgenoten, zich handig te ontworstelen aan de verplichting om besluiten te nemen. Want zonder besluit valt er bestuursrechtelijk weinig aan te vallen. Dan schuift alles weg in het vage terrein van “feitelijke handelingen”. Handig voor de gemeente en frustrerend voor iedereen die wél duidelijkheid probeert af te dwingen.

Maar of dat trucje ook echt gaat werken?
Dat zullen we nog wel eens zien…